Spreekbeurt van Hendrickje uit groep 4
Geheugen van de Amsterdamse tram

Hendrickje is 8 jaar en scholiere van groep 4 van een basisschool in Amsterdam. Zij maakte een spreekbeurt over trams en heeft ook deze website als naslag gebruikt. Zij verbond er, als extraatje voor haar mede klasgenoten, zelfs nog een quiz aan.
Het spiekbriefje dat ze gebruikt heeft zond ze me toe en treft u hieronder aan.
Leuk dat jeugdige enthousiasme voor trams.

Heel goed gedaan meid; van ons krijg je een dikke 10 !!

Jos Wiersema - 20 mei 2009


Hendrickje, 8 jaar

 

T  r  a  m  s

Inleiding, 6 hoofdstukken en een conclusie.

En aan het eind heb ik een verrassing.

De hoofdstukken zijn:

1. Geschiedenis
2. De omnibus
3. Paardentram
4. De stoomtram
5. De elektrische tram
6. Trams in Amsterdam

Inleiding

  • Wie heeft er wel eens in een tram gezeten?

  • Maar wat is een tram eigenlijk? Een tram lijkt op een trein, maar er zijn verschillen.

  • Kunnen jullie een paar verschillen noemen?

  • Wat is hetzelfde bij een trein en een tram?

  • De tram is openbaar vervoer, iedereen mag er mee. Een auto of een fiets zijn helemaal van jezelf.

  • Maar in de tram, of de bus of de trein - daar mag iedereen in.

Hoofdstuk 1

Geschiedenis

  • Voordat de tram kwam, was er ook al openbaar vervoer.

  • Bijvoorbeeld was er de trekschuit. Dat was een boot die door paarden werd getrokken. Elke dag ging er wel een trekschuit van Amsterdam naar Haarlem en weer terug.

  • Ook had je de postkoets. Zoals de naam al zegt - die bracht de post van de ene naar de andere plek. Er konden ook mensen meereizen.

Hoofdstuk 2

De Omnibus

  • In de 19de eeuw werden de steden steeds groter. De mensen konden niet meer overal zelf naar toe lopen. Daarom was er de omnibus.

  • De omnibus was een grote koets die ook door paarden getrokken werd.

  • De omnibus leek al een beetje op een tram omdat hij van ijzer was gemaakt. 

Hier zie je een omnibus.

Het woord omnibus komt uit het Latijn. Het betekent:  voor iedereen. Ons woord ‘bus’ of ‘autobus’ komt ook van omnibus.

Hoofdstuk 3.

Paardentrams

  • Toen kwam iemand op een heel goed idee. Om rails te maken voor de omnibus. Daardoor was het makkelijker voor de paarden om de omnibus door de hele stad te trekken.

Hier zie je een paar paardentrams.

Wat wel heel onhandig was: die rails werden gewoon op de straat gelegd. Ze staken wel 15 cm boven het wegdek. Daardoor kon niemand er overheen. Bijvoorbeeld een paard en wagen kon er niet overheen. Toen heeft Alphonse Loubat (Alfons Loeba) de groef-rail uitgevonden. Dat was in 1852. Dit was een rails die in de weg werd gemaakt. Nu kon iedereen er makkelijk overheen, net zoals het nu nog is. Je moet trouwens voorzichtig zijn met de fiets. Je kunt makkelijk in de tramrails komen en dan vallen.  Mijn moeder is een keer heel hard gevallen.

Hoofdstuk 4.

De stoomtram

  • De eerste treinen werden getrokken door een stoomlocomotief. Daar zit een grote stoommachine in. In een grote ketel wordt een heet vuur gemaakt met kolen. Het water gaat koken en wordt dan stoom. Dit brengt de machine in beweging.

  • Dit vonden ze ook een goed idee voor trams. Hier zie je een tram met een stoommachine. Dat is dus een stoomtram.

De stoomtram reed vooral buiten de stad. In de stad gaf de stoomtram veel te veel rook.

Hoofdstuk 5.

Elektrische tram

  • In de 19de eeuw werd de elektriciteit uitgevonden. Denk maar aan de gloeilamp.

  • Je kan ook een motor maken die op stroom werkt. Denk maar aan een stofzuiger.

  • Toen hebben ze bedacht om ook een elektrische tram te maken. In 1881 reed in Berlijn in Duitsland de eerste elektrische tram.

Hier zie je de eerste elektrische tram van Amsterdam

In het begin waren ze heel trots op die nieuwe elektrische trams.

Hier zie je een ansichtkaart uit die tijd. In het hoekje zie je een klein paardentrammetje. Er zit maar één passagier in.

En daaronder zie je de moderne elektrische tram. Hij is helemaal volgepakt met mensen.

 

De elektrische motor kon makkelijk zo’n zware tram trekken. De elektriciteit komt van een draad die boven de weg loopt. De tram haalt de elektriciteit uit die draad door een grote veer.

Waarom is een elektrische tram zo goed?

  -  sneller dan paardentram
-
  schoner dan de stoomtram
- heel stil, dat is goed voor in een drukke stad

Hoofdstuk 6.

De trams in Amsterdam  

  • Amsterdam is een echte tramstad. Iedere Amsterdammer heeft dichtbij zijn huis een tramhalte.

  • Welke tram komt bij de Peetersschool?

  • Dat zijn tram 5 en tram 24. De halte is op de brug, daar om de hoek.

  • Tramlijnen hebben geen naam, maar een nummer.

  • Er zijn 16 tramlijnen in Amsterdam.

De tramlijnen in Amsterdam zijn:  1-2-3-4-7-9-10-12-13-14-16-17-24-25-26

  • Waarom zitten er sommige nummers niet bij? 

  • Die bestonden vroeger wel maar nu niet meer.  

  • Vroeger bestond een tram uit twee aparte wagens. 

De moderne trams die in Amsterdam rijden heten de Combino. Deze tram is uit één stuk - je kunt van voren naar achteren door de tram lopen.

Conclusie

  • Trams zijn heel goed: ze zijn snel en schoon.

  • En het is goedkoop om met de tram te gaan.\

  • Als het regent is het ook fijn. Dan hoef je niet op de fiets helemaal nat te worden.

Ik wens jullie nog veel plezier van de tram. In Amsterdam zijn er genoeg om te gebruiken.

Er zijn er wel meer dan 200.

En als je het echt leuk vind, dan moet je maar eens naar het trammuseum gaan. Daar kan je in een oude tram een ritje maken.

Nu komt de verrassing:

Quiz

1.  Wat betekent GVB? 

Dat is het Gemeente Vervoersbedrijf. Die zorgen voor alle trams.

2.  Waar slapen de trams?  

In de remise!

3. Waar zijn deze mannen mee bezig?

Ze maken een bovenleiding.

 

Vragen

Zijn er nog vragen?

omhoog

laat een berichtje achter

 

Hit Counter

eXTReMe Tracker